GEBRUIKEN ROND LICHTMIS

Traditioneel worden op Maria Lichtmis kaarsen gewijd,
maar er zijn meer (volks)gebruiken – uit het verleden en heden - 
op deze dag in februari.

In de oud-Romeinse kalender was februari de twaalfde maand van het jaar.
Het jaar begon met de lente. Daarom was februari de maand van boete,
bezinning en reiniging. In het midden van de negentiende eeuw
reinigde men op deze dag de stallen door het verbranden van jeneverbessentakken.
De natuur, die spoedig zal ontluiken, heeft daarvoor tijd nodig
om tot rust en op krachten te komen.
Die rust, in de zin van loutering en reiniging, zou de mens ook moeten ondergaan.

Reeds in de vijfde eeuw vóór Christus was er in februari een feestdag
ter ere van de god Pan die met fakkeloptochten gevierd werd.
De mensen verborgen zich achter maskers en liepen verkleed
langs de straten met fakkels en toortsen terwijl ze zich tegoed deden aan wijn.
Die Romeins-heidense tocht werd gekerstend:
de Kerk ging op die dag de opdracht van Jezus in de tempel gedenken
en hield een lichtprocessie in verband met de woorden van Simeon,
die over Jezus zei: ‘Hij is het Licht dat voor alle heidenen straalt’.
Later werd aan die dag ook de kaarsenwijding verbonden.

Als men van de kaarsenwijding thuiskwam uit de kerk,
met een gewijde kaars, dan werd die ontstoken en deed men een ronde door de stal.
Tussen de horens van de runderen en de geiten en tussen de oren van de paarden
werden drie druppels gemorst, om het vee tegen ongeluk te beschermen.
Druppels van een gewijde kaars liet men ook in zaaikoren vallen om het ontkiemen te bevorderen.

Er werd een kaars ontstoken als het onweerde.
Wanneer iemand op sterven lag, dan gaf men hem een brandende kaars in de hand
en als hij zijn laatste adem uitblies, doofde één van de familieleden of naaste buren de kaars. 
En jaren later toonde men de kaars ‘die vader in zijn hand hield toen hij stierf’.

 

Hier in West-Vlaanderen noemde men Lichtmis:
Onze Lieve Vrouw-schud-de-panne’.
Omdat het – samen met Vastenavond – één van de traditionele pannenkoekdagen was.
Een eeuwenoud gezegde luidt:
op twee februari is geen vrouwtje zo arm, of ze maakt haar pannetje warm’.

 

De vele weerspreuken in verband met Lichtmis tonen aan dat het een ‘lotdag’ is,
een belangrijke dag voor het lot van de mens of het weer.
‘Lichtmis helder en klaar, maakt de boer tot bedelaar’ en
Lichtmis donker, asdag klaar, geeft een vruchtbaar jaar’.
Meestal vallen Carnaval en Aswoensdag in februari.

Zoals Jezus werd opgedragen in de tempel,
zo werden kinderen opgedragen in de kerk.
Op veel plaatsen is er op (of rond) 2 februari een kinderzegening.
De eerste babytijd is voorbij en dankzij de goede zorgen van hun ouders
groeien de kinderen op tot ‘kinderen van God’ en daar wordt ook de zegen voor gevraagd.
Zoals Maria naar de tempel ging voor het Joodse ‘reinigingsritueel’,
kenden wij de zogenoemde ‘kerkgang’: het eerste kerkbezoek van een moeder na de bevalling.
Ze ontving een kaars en een zegen met een gebed van dank
voor het goede verloop van de geboorte.
De kerkgang raakte rond 1960 in onbruik.

Onze-Lieve-Vrouw-Lichtmis is ook het patroonsfeest
van de katholieke Universiteit te Leuven.
Op 2 februari trekken de hoogleraren in stoet door de stad
naar de aula van de universiteit waar de ere-doctoraten worden toegekend.

© C. Busschaert.