Het ga je goed, priester Herman!

 

 Herman Delvoye

Deze week moeten we andermaal een Oostkampse priester zien vertrekken,
met dezelfde stille trom als deze waarmee hij hier in 2011 eerder toevallig aankwam.
Een woordje uitleg is hier op zijn minst welkom.

Net zoals zovele priesters van zijn generatie, startte Herman Delvoye (jaargang 1946 en gewijd in 1971)
zijn taak in het onderwijs, meer bepaald in het VTI van Oostende.
Daar was hij 11 jaar lang subregent en gaf hij er ook godsdienstles.
Daarna werd hij medepastoor in Blankenberge om daarna naar Kachtem gestuurd te worden als pastoor.
Na 9 jaar keerde hij naar Blankenberge terug en was er eveneens 9 jaar lang deken.
Rugproblemen en ernstige reuma noodzaakten hem om te stoppen met actieve dienst en vergaderen.
Langer dan enkele minuten neerzitten is hem onmogelijk en hij verbleef ook wekenlang in het ziekenhuis.
Daar kwam een slopende klierkoorts bovenop,
hij betaalde een prijs voor de roofbouw die hij jarenlang pleegde op zijn lichaam.

Je zou het hem echter niet nageven, zo op het eerste gezicht,
maar anderzijds is hij best een sportieve man geweest, van kindsbeen af.
Velen onder ons kennen hem amper bij naam maar in het centrum van Oostkamp kom/kwam je hem vaak tegen:
een ranke, immer welgezinde man, regenvest aan en gebreide muts op.
Te voet en heel vaak met de fiets. Bewegen is het enige wat hij kan en moét doen.
Grote bergwandelingen schrikken hem allerminst af en ook rotsklimmen staat op zijn palmares,
sinds zijn 65ste als gebrevetteerde rotsklimmer nog wel! Het typeert zijn doorzettersmentaliteit…

Toen de omstandigheden hem ertoe dwongen om het anders aan te pakken,
kwam hij als bij toeval bij ons terecht.  Hij had in het bisdom gevraagd
waar hij zich nog nuttig kon maken en hij kreeg als suggestie om in het WZC alhier pastorale ondersteuning te bieden.
Hij betrok een woning in de Boudewijnlaan en werd een graag geziene priester in de vlakbij gelegen instelling.
Ook als inspringende voorganger in de liturgie, met een bijzondere gave van het woord,
was hij een welgekomen inspringende steun voor de lokale priesters.
‘Ik wilde een reservewiel zijn, een depannagedienst als het nodig was,’ verduidelijkt hij bloemrijk.

En gedepanneerd hééft hij! Zijn hele leven lang heeft hij een veilige haven geboden in zijn huis,
waar ook. Tot 30 man sliepen er bij hem in toen een jeugdbeweging-op-doortocht aanbelde:
slaapkamers keuken, living en garage: alles volgelegd!  Bisschop Bonny kan hiervan getuigen…
Daklozen en mensen zonder thuisopvang, na een gevangenisperiode:
steeds weer wist men Herman te vinden, vanuit de Dienst Diaconie van het bisdom of via Caritas.
Mensen op de vlucht, radeloze moeders of families zonder werk of woning:
Herman stond er om in te springen en actieve hulp te bieden.
Natuurlijk heeft hij heel af en toe een negatieve ervaring gehad,
maar ‘Wie nooit bedrogen is, heeft nooit iets gegeven!’ lacht hij.
Mijn bureau in Blankenberge was op den duur een soort televestiaire
en men wist dat je altijd bij hem mocht aankloppen voor een douche en een kop koffie.

Zoon van een timmerman, groot hart voor de natuur en de Schepping en voor de sukkelaars van dienst.
“En je krijgt er ongevraagd zoveel voor terug…” getuigt hij als hij over zijn Afrikaanse vluchteling Jean-Berchmans spreekt
met wie hij uren, avonden in flarden Engels, Frans en Nederlands de diepste conversaties kon voeren.
Hij zette zijn schouders méé onder het initiatief om het aan flarden gereten gezin weer bijeen te krijgen.
Ze zijn bijna zelf familie geworden…  Franciscus zal beslist een welgemeende knipoog gestuurd hebben!

Met diezelfde open houding gaat hij nu een kamer betrekken in een soort kangoeroewoning in de Brugse binnenstad:
“Ik weet dat ik op mijn beurt mag aankloppen bij anderen en schroom mij niet daarvoor,”
verduidelijkt hij zijn keuze.
Hij wil niet ten laste komen van wie dan ook en blijft zelfstandig wonen,
binnen de schoot van een gezin dat vroeger door hem gesteund werd.

Herman vertrekt dan wel uit Oostkamp, maar hij verzekert ons dat hij verder wil depanneren
voor zover zijn gezondheid het toelaat.
Zijn pastorale ondersteuning in het WZC Sint-Jozef laat hij over aan de goede zorgen van priester Matthieu.
Hij neemt naar eigen zeggen de allerbeste herinneringen mee vanuit onze gemeente
want hij vond hier een ‘stad met dorpsgevoel’, veel warmte en leuke contacten
en een parochie met grote zorg voor elkaar.
“Het was hier aangenaam toeven!” vat hij deze periode in zijn leven samen.
Wij van onze kant beseffen maar al te goed dat Priester Herman een wezenlijke steen bijgedragen heeft
aan die warme gemeenschap. We zullen geweten hebben wie en wat we moeten missen voortaan…

In ieder geval een dikke wolk van dank, lieve gulle Herman en… het ga je goed,
om het met een cliché zo groot als een, welja, kerktoren te zeggen!

 

© Bart Vercaemer